Van der Schans lichtte toe dat doelen en normen voor natuur, stikstof en waterkwaliteit die we eerder zélf vaststelden, ons nu in een lastige positie brengen. Brussel zal ons alleen wat ruimte geven als we eerst ons uiterste best doen om die doelen en normen te halen.
Van der Schans ziet een uitweg in een gedifferentieerde aanpak van stikstof: in een zone van 250-500 m rondom stikstof-kwetsbare natuur: 80% emissiereductie (door weghalen van stallen en minder bemesting); in concentratiegebieden (bijvoorbeeld Gelderse Vallei en De Peel) 50% emissiereductie en elders een generieke reductie van stikstofemissie van 25-30% op elk bedrijf. Volgens Van der Schans is dat haalbaar: hij benoemt een aantal concrete maatregelen met forfaitaire emissiereducties. Dat is doelsturing volgens de motie Grinwis. Afrekenbare doelsturing met gemeten ammoniakemissies acht hij, voor de meeste melkveestallen, de komende 10 jaar nog niet haalbaar.
Melkveehouder Kasper van Benthem legde helder uit hoe de huidige regelgeving hem heeft doen besluiten om zijn bedrijf in Noordwest Overijssel te verplaatsen naar Broek (Joure). Dat werd mogelijk door een gebiedsproces waarin hij zelf actief deelnam. Hij lichtte toe hoe hij in Broek weer met perspectief kan ondernemen. Zo combineert hij bijvoorbeeld in- en extensief beheerde graslandpercelen.
Samen met de Fryske Akademy en het Lânboukundich Wurkferbân biedt het Fries Landbouwmuseum graag ruimte voor dit soort actuele thema’s in de sector. De volgende bijeenkomst is op vrijdagmiddag 20 februari, met promovendus Mark Raat over de besluitvorming in het Veenweidegebied, in het heden en verleden.