Het Fries Landbouwmuseum presenteert het nieuwste boek

200 jaar Friese Landbouwmechanisatie

In de afgelopen twee eeuwen veranderde de wijze waarop in Friesland landbouw bedreven werd ingrijpend. Rond 1800 werkte de boer nog voornamelijk met de hand, geholpen door zijn paard. Een eeuw later nam de trekker de rol van het paard over en volgde op mechanisatiegebied de ene revolutionaire ontwikkeling na de andere. In Friesland begonnen in de jaren net voor en na de Tweede Wereldoorlog innovatieve dorpssmeden en uitvinders met de import, verkoop en bouw van landbouwwerktuigen.

Een aantal van hen groeide uit tot succesvolle fabrikanten en handelaren en werden internationale spelers met een iconische status. Voorbeelden zijn de rood-gele landbouwwagens van Miedema, de blauwe hooischudder van Eureka, de maaibalk van Schukken en de gierpomp van Hermes. Friesland leverde ook wereldprimeurs, zoals de melkrobot uit Oentsjerk en de snarenbedpootmachine en looftrekker van uitvinder Abe Gerlsma.


20 jaar landbouwmechanisatie

In dit rijk geïllustreerde standaardwerk beschrijft Henk Dijkstra (directeur Fries Landbouwmuseum) de historie van de landbouwmechanisatie in Friesland, met uitstapjes naar nationale en internationale ontwikkelingen.

Aan het eind van het boek wordt uitgebreid de geschiedenis van een aantal van de belangrijkste Friese fabrikanten van landbouwmachines beschreven. Deze uitgave is verkrijgbaar in onze museumwinkel voor € 49,90. Bestellen kan (ook) via de uitgever. U krijgt het boek dan toegestuurd.

Lezing

Op zaterdag 2 oktober om 11 en 13 uur geeft Auteur Henk Dijkstra twee lezingen over zijn recent verschenen boek ‘200 honderd jaar Friese Landbouwmechanisatie’.

Ook is deze dag voor één keer het depot achter het museum geopend en is er een tweedehands boekenmarkt met instructie- en mechanisatieboeken. Liefhebbers kunnen wellicht een fraai exemplaar bemachtigen van hun trekker of werktuig.

Aanmelden kan hier.


FRIES FILM EN AUDIO ARCHIEF EN FRIES LANDBOUWMUSEUM PRESENTEREN ZICH OP CONGRES INTERNATIONALE AGRARISCHE MUSEA

Het Fries Film en Audio Archief en het Fries Landbouwmuseum participeren in juli a.s. op een congres van de AIMA : de internationale organisatie van agrarische musea. Tijdens dit congres wordt de European Rural History Film Association (ERHFA) gepresenteerd: een project waarin verschillende Europese Landbouwmusea laten zien wat ze doen met landbouwfilms en hoe ze die toepassen in hun presentaties en online.

Het Fries Film en Audio Archief en Fries Landbouwmuseum hebben al een aantal jaren een samenwerking om landbouwfilms te traceren en te beschrijven en die als voorbeeld dient. ‘Wij lopen hiermee aardig voorop in Europa’, aldus Syds Wiersma van het Filmarchief. Met de inrichting van het nieuwe Fries Landbouwmuseum in 2018 besloot het museum meer te willen laten zien dan alleen ‘harken en foarken’. Naast schilderijen zette het museum in op interactieve media en film. ‘Vaak is het moeilijk om in een korte tekst uit te leggen hoe een bepaald voorwerp zoals een handgereedschap of machine werd gebruikt, een filmpje vertelt veel meer’: aldus directeur Henk Dijkstra. Medewerkers van het museum hebben toen een winter lang samen met mensen van het archief alle landbouw gerelateerde film bekeken, geanalyseerd en beschreven. ‘Voor ons een prachtige oplossing want wij hebben dergelijke specifieke kennis niet in huis’, zegt Syds Wiersma.


Fragmenten waarin bepaalde werktuigen of gereedschappen te zien zijn en die in de expositie van het museum staan, werden getraceerd en beschreven. Ze vormen nu in het museum in combinatie met de getoonde objecten een perfecte samenspel. Een voorbeeld is een dorsrol of terskrôle: dit werktuig dat gebruikt werd voor het dorsen van graan en koolzaad staat in het museum met erboven een filmpje waarin het gebruik wordt getoond. In totaal heeft het museum een tiental van dergelijke toepassingen.

Vanwege Covid is de conferentie digitaal. Het museum en het filmarchief hebben een digitale presentatie voorbereid die op vrijdag 23 juli online getoond zal worden op het congres dat in Reading (VK) wordt gehouden.

Franeker baksteenkunstwerk naar Fries Landbouwmuseum

Het Fries Landbouwmuseum in Leeuwarden heeft een bijzonder kunstwerk verworven. Het is een gemetselde muur met daarin gestileerde landbouwdieren. Het is afkomstig uit de voormalige landbouwschool in Franeker. De muur is gemaakt door de in Leeuwarden geboren Nina Baanders-Kessler (1915-2002). Het gebeurt zelden dat muurkunstwerken worden bewaard omdat ze vaak met de sloop van een gebouw verloren gaan. Het kunstwerk is van cultuurhistorische waarde vanwege de connectie met het agrarisch onderwijs en omdat het door de eerste Friese beeldhouwster, Nina Baanders-Kessler, is vervaardigd.

Rond 1990 kwam Christelijke Lagere Landbouwschool waarin het baksteenkunstwerk zich bevond, leeg te staan en verpauperde. Na vele jaren van leegstand en verval is in 2011 de locatie afgebroken. In eerste instantie was er geen aandacht voor het kunstwerk. De gevel met het baksteenkunstwerk ging schuil achter struiken waardoor het niet meer goed zichtbaar was. Gelukkig werd de kunsthistorische waarde ervan bij de sloop van het gebouw goed ingeschat en bleef het behouden. Het baksteenkunstwerk is losgemaakt en naar de gemeentewerf in Franeker getransporteerd. Onlangs is het naar het Landbouwmuseum vervoerd waar het een permanente plek krijgt.


Het baksteenmozaïek bestaat uit een gemetseld buitenspouwblad van een spouwmuur. De opbouw is samengesteld uit figuratieve voorstellingen van aantal landbouwhuisdieren: lam, varken, koe, schaap en een paard tegen een achtergrond in diverse kleuren. Boven de dieren zijn wolkenpartijen gemaakt. Het metselwerk is volledig vlak gecreëerd (geen reliëf). De afmetingen van het object zijn circa zes meter lengte en circa twee meter hoog.

Kunstenaar

Nina Baanders-Kessler is op 28 februari 1915 geboren in Leeuwarden als Antje Kessler, als dochter van slager Jacob Kessler en Elizabeth Anne Bijl. Ze ging naar de gemeentelijke HBS voor meisjes in Leeuwarden en van 1934 tot 1938 volgde ze de opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. In 1936 deed ze een studiereis van zes weken in Wenen, verbleef in 1937 twee maanden in Parijs en vestigde daarna in Leeuwarden, waar ze een eigen atelier had aan de Eebuurt. Ze werd in die jaren omschreven als een dappere en bevlogen jongedame die het beeldhouwen in Friesland als eerste en enige oppakte. In juli 1942 trouwde ze met Ambrosius Baanders, kreeg vier kinderen en verhuisde in 1947 naar Vinkeveen. Ze overleed op 20 juni 2002.

Baanders vervaardigde in Friesland onder andere een wapensteen voor het raadhuis in Koudum (1941), een wapensteen op de Wirdumerpoortsbrug in Leeuwarden (1941), de plaquette van Theo van Welderen Rengers in Oentsjerk (1947) en een verzetsmonument (vrouwenfiguur) in Makkum (1952).


Boekpresentatie
'Cultureel erfgoed op it Fryske boerehiem’

In 2020 bestond de Boerderijenstichting 35 jaar. Ondanks ‘corona’ is na het opschorten van alle activiteiten één belangrijke activiteit overeind gebleven: de overhandiging van het eerste exemplaar van het boek ‘Cultureel erfgoed op it Fryske boerehiem’ aan commissaris van de koning Arno Brok op 10 oktober 2020 in het Fries Landbouwmuseum.

Boekpresentatie It Fryske Boerehiem.pdf, informatie over het boek en beeldverslag.


Stichting us mem

Us Mem gaat op in Fries Landbouwmuseum

Stichting Us Mem, de schatbewaarder van het erfgoed van het Fries Rundveestamboek gaat op in het Fries Landbouwmuseum. Daarmee komt dat bezit, inclusief het bekende standbeeld van de koe ‘Us Mem’, in eigendom van het Fries Landbouwmuseum.
Stichting Us Mem werd opgericht bij de fusie van het Fries Rundvee Syndicaat in 1998 met de Nederlandse tegenhanger NRS, die zou leiden tot het huidige CRV: de coöperatieve veeverbeteringsorganisatie in Nederland en Vlaanderen.

Bijzonder erfgoed
De reden voor oprichting van stichting Us Mem was om het erfgoed van de Friese veefokkerij te behouden voor de provincie na de fusie. Dit erfgoed bestaat uit onder meer: de in Nederland unieke grote tegeltableaus uit het voormalige stamboekhuis, die in bruikleen zijn bij het Landbouwmuseum; de waardevolle medaille collectie van de beroemde veefokker Jan Wassenaar uit Jelsum die ondergebracht is bij het Fries Museum en ruim 50 meter papieren archief dat onderdak heeft bij Tresoar.

US MEM
Ook in eigendom van stichting Us Mem, en voor velen is dat niet bekend, is het standbeeld van Us Mem dat op de Harlingersingel in Leeuwarden staat. Het beeld van de zwartbonte koe, gemaakt door kunstenaar G.J. Adema, werd gemaakt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de FRS. Het is een verbeelding van de ideale Friese stamboek koe. Het beeld werd aan het FRS overgedragen op 6 september 1954 in aanwezigheid van onder anderen Commissaris van de Koningin Harry Linthorst Homan en burgemeester A.A.M. van der Meulen.

Us mem op zuiderplein


Fries Landbouwmuseum en Nationaal Veeteelt Museum samen verder

De besturen van het Fries Landbouwmuseum en het Nationaal Veeteelt Museum (NVM) in Beers (NB) tekenen een intentieverklaring, waarbij het NVM gaat integreren in het Fries Landbouwmuseum (FLM). De planning is om voor het einde van dit jaar het integratieproces af te ronden, zodat het FLM vanaf 2021 een groot deel van de collectie van het NVM zal kunnen tonen.

Aanleiding

Door verkoop van het gebouw waarin het NVM 20 jaar lang was gehuisvest (het oude ki-station Land van Cuijk in Beers), moest het bestuur op zoek naar een nieuwe locatie of samenwerking. Die zoektocht heeft nu dus geresulteerd in samenwerking met het Fries Landbouwmuseum, waarbij integratie van de beide collecties het uiteindelijke doel is.

Het Fries Landbouwmuseum krijgt hiermee een mooie en zeer interessante aanvulling op het onderdeel veehouderij, waarin de historische ontwikkeling van de melkveehouderij al goed is uitgewerkt. Door toevoeging van de collectie van het Nationaal Veeteelt Museum kunnen nu ook de onderdelen fokkerij en voortplanting verder worden uitgediept. Bovendien brengt het NVM veel kennis in die onder meer kan worden ingezet voor verschillende vormen van onderwijs. Hierdoor versterkt het FLM zijn positie als toonaangevend agrarisch museum in Nederland.

Sunny Boy komt thuis

De collectie van het NVM ‘behandelt’ de ontwikkeling van de veefokkerij. Het laat zien hoe Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw dankzij kunstmatige voortplantings-technieken toonaangevend werd op het gebied van de veeverbetering. Opvallend is dat veel impulsen hiervoor uit Friesland kwamen, onder meer op het terrein van de kunstmatige inseminatie.

De museumcollectie telt zo’n 2.300 objecten, ongeveer 25.000 foto’s en ander beeldmateriaal (dia’s, films en video’s). De gehele collectie is geregistreerd (Adlib) en gedigitaliseerd. Het heeft naast objecten tevens een fraaie kunstcollectie, waaronder koeienschilderijen van de bekende kunstenares Marleen Felius en koestudies van de (Haagse school) schilder Jan de Haas.

Bijzonder zijn ook de geprepareerde koppen van diverse wereldberoemde stieren, zoals Kian uit de fokkerij van het roodbonte Maas-, Rijn- en IJsselvee. Een ander topstuk is de kop van Sunny Boy, geboren in Fryslân (Schalsum) en met bijna twee miljoen nakomelingen een wereldkampioen.

De komende maanden gaan beide musea de integratie vormgeven. Het FLM gaat voorbereidingen treffen om ruimte te maken voor de integratie van de collectie van het NVM. Het NVM gaat eerst nog een deel van zijn omvangrijke collectie kritisch bekijken en ontdoen van overlap.

Eind 2020 moet alles zijn afgerond. Dan is de collectie van het Nationaal Veeteelt Museum veilig gesteld voor de toekomst en staat er een versterkt Fries Landbouwmuseum in Leeuwarden.


08-04-2020

FRS-beeldmerk
Het Fries Landbouwmuseum heeft een mooi museumstuk ontvangen. Het FRS-beeld is één van 8 stuks, die in 1984 werden aangebracht bij de toen geopende districtskantoren van het Fries Rundvee Syndicaat - de samenvoeging van het koninklijk Fries Rundvee-Stamboek en de Bond van KI-verenigingen in Friesland.

Er werden nieuwe kantoren gebouwd in Akkrum, Balk, Dronrijp, Oosterwolde en Wolvega, de overige kwamen in bestaande gebouwen. Nu heeft het beeld een mooi plekje gekregen in onze museumtuin.

FRS beeld



De Harkema draaimelkstal

40 jaar geleden een belangrijke innovatie

Draaimelkstal

Sinds december 2019 is het Fries Landbouwmuseum in het bezit van het eerste werkend schaalmodel van een 'radiaal draaimelkstal'.
Albert Harkema (1934 - 2011) was het brein achter deze draaimelkstal, waar hij 6 november 1975 een octrooi op kreeg. De verdere ontwikkeling ging via de technische afdeling van de AVIEH*. De fabricage gebeurde bij Van Echteld te Werkhoven.

Harkema werd rond 1960 veehouder op Arbere. Veertig jaar later stopte hij met boeren en kreeg hij tijd om een lang gekoesterde wens vorm gegeven; het bouwen van een eigen kerk in Arbere. De 12.000 bakstenen haalde hij uit België, het orgel uit IJhorst en de Mariabeelden uit zuidelijker oorden. Daarna begon hij met het maken van de draaimelkstal.

De eerste (echte) stal werd in 1977 op het bedrijf van Harkema zelf geïnstalleerd. In 1978 was de vinding van Harkema groot nieuws op de Landbouw Rai van dat jaar. Op die RAI stond het (werkend) schaalmodel. Andere bekende gebruikers waren onder andere Henri Willig uit Katwoude, die in 1979 een ligboxenstal voor tweehonderd melkkoeien bouwde en als een van de eersten een Harkema-draaimelkstal installeerde. Willig is nu vooral bekend zijn twee kaasmakerijen. In Friesland kreeg Boyen de Boer in Stiens een dergelijke stal.

Het model kreeg een plekje in een verzameling van de broer van Harkema die een eigen Landbouwmuseum had in een loods in Den Ham.

Besparing

Het bijzondere aan deze melkstal was het kleine benodigde oppervlak en lager bouwkosten. De opstelling van de koeien was radiaal: naast elkaar met de koppen naar de buitenkant van de draaistal. Dat leverde een enorme ruimtebesparing op, omdat de diameter veel kleiner was dan bij andere modellen.
Het tweede voordeel was dat de melkstellen tussen de achterpoten van de koe door werden aangesloten. Dat betekende een optimale be­reikbaarheid van de uier, zodat er snel en ge­makkelijk aangesloten kon worden. Bovendien was het voor de koeien praktisch onmogelijk de melkstallen af te trappen omdat de melkslang en het koord van de automatische af­nemers naar achteren liepen.

Binnenmelker

De melker bevond zich in een melkersput binnen de draaicirkel. Bij het binnenkomen op het platform lie­pen de koeien door een lege stand naar bin­nen, maakten een bocht van 180 graden en kwamen dan in de eerst­volgende stand op hun plaats. Daarna kon­den de melkstellen worden aangesloten. Zodra de koeien uitgemolken waren werden de melk­stellen automatisch afgenomen. Bij de uit­gang kon de koe rechtuit naar voren van het platform aflopen.

De 30 stands radiaalstal werd bediend door twee melkers. Degene bin­nen de draaicirkel sloot de melk­stellen aan. De tweede melker bevond zich in de ‘prepstal’ en zorgde daar voor de voorbehandeling van de koeien. Hij zorgde tevens voor een vlotte toeloop van de koeien, wat essentieel was voor het be­halen van een grote capaciteit.

De maximum capaciteit van deze ro­terende radiaalstallen waren respectievelijk 110 en 160 koeien per uur, waarmee ze geschikt waren voor bedrijven van 120-250 koeien en meer. De stal week af van gangbare melkstallen zoals de roterende zij-aan-zij, de roterende visgraat en de roterende tandem. De roterende radiaalstal draaide continu, maar de draaisnelheid was wel variabel instelbaar.
Hoeveel melkstallen er totaal geïnstalleerd zijn en of er nog stallen in werking zijn, is onbekend.

Harkema was overigens ook betrokken bij de ontwikkeling van torensilo's van Gascoigne met bovenlos installatie. Tezamen met JOZ (Jan Oostwouder 't Zand) zijn de ideeën verder uitgewerkt.

* AVIEH: Algemeene Vereenigde Im- en Export Handelsmij. N.V. o.a. importeur van Fullwood melkmachines

vanaf 15 dec 2019 niet meer te zien

expositie hannekemaaiers en lapkepoepen

Op 1 augustus 2019 heeft gedeputeerde van Landbouw dhr. Johannes Kramer de exposite van de Hannekemaaiers en Lapkepoepen officieeel geopend. De expsositie is te bezichtigen van 2 augustus tot en met 15 december 2019.

Migratie is van alle tijden: waar komen wij vandaan? Zijn onze verre voorouders ook niet eens hier naar toe getrokken om terpen uit de klei op te bouwen?

Ons land heeft een lange traditie om mensen onderdak te verlenen vanwege de vlucht voor religieus geweld, politiek geweld of economische ellende.

Maar we weten zelf ook heel goed wat het is om elders ons heil te zoeken: na de oorlog had ons land zelfs een echt emigratiebeleid om mensen elders onder te brengen: Canada, VS, Zuid Amerika, Zuid Afrika, Australie en Nieuw Zeeland.

Wij hebben ook alvast beelden van de hedendaagse Hollandgänger vastgelegd: de Poolse plukkers in de kassen van It Bildt.

opening door gedeputeerde Johannes Kramer


De restauratie is voltooid

op onderstaande foto's ziet u de werkzaamheden van het afgelopen jaar




23 juni 2017
Publiek tijdens de 1e steenlegging



23 juni 2017

Toespraak door de nieuwe voorzitter Geart Kooistra


23 juni 2017

Gedeputeerder Sietske Poepjes en wethouder Henk Deinum leggen de 1e steen


23 juni 2017: als dank een 'tegeltableau'


juni 2017

Aanleg van de nieuwe toegangsweg. Eerst komt er 2 meter zand op om de bodem in te laten klinken. Na een half jaar is dat klaar.

juni 2017

Het asbest is verwijderd

De 'foarein' in de steigers


4 juli: schuur in de steigers

De achterste loods krijgt een 'update' (november)


De schuur waar de zolder inmiddels uit is.


6 juli


6 juli


6 juli: ventilatiekap


6 juli


10 juli het eerste teken van nieuw


10 juli

Nieuw metselwerk in de doorgang schuur - stal

Staalframe in de nieuwe zaal


19 juli Nieuwe dekbalken op de muren


Nieuwe tengels

De pannen komen er weer op


27 juli: het eerste nieuwe riet ligt op het dak van de stal


Fundament nieuwe gebouw

  27 juli: De spanten van de nieuwbouw staan.


De doorgang van de pleats naar de nieuwe hal


De nieuwe hal van binnen

Aanzicht op de nieuwe hal


De schuur is bijna klaar (12 dec.)



De nieuwe ûleboerden