Overslaan en naar de inhoud gaan

Dairy Campus

Hier testen we de melkveehouderij van morgen.
Foto van Dairy Campus

Achter de positie en praktijk van Dairy Campus staat een bijzondere combinatie: een werkend melkveebedrijf én een levend laboratorium. Dairy Campus is het onderzoeks- en praktijkcentrum voor de melkveehouderij van Wageningen Livestock Research, onderdeel van Wageningen University & Research. In Leeuwarden komen onderzoeksstallen en ruimten voor onderwijs en ontmoeting samen. Die combinatie maakt het mogelijk om vragen niet alleen theoretisch te onderzoeken, maar onder gecontroleerde omstandigheden in een melkveebedrijf.

Een netwerk rond het onderzoek

Naast koeien, stallen, grond en meetvoorzieningen vormt het netwerk een belangrijke basis. Melkveehouders, onderzoekers, bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden brengen er kennis en praktijkvragen bijeen. Tot de betrokken overheden behoren onder meer het landbouwministerie, verschillende provincies en de gemeente Leeuwarden. Binnen dat netwerk worden technieken en werkwijzen ontwikkeld, getest en gedemonstreerd. Zo blijft zorgvuldig onderzoek dicht bij de boerenpraktijk en vinden resultaten hun weg naar onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven.

Van Bosma Zathe naar Dairy Campus

De geschiedenis begint in 1944 op proefboerderij Bosma Zathe bij Ureterp. In 2000 verhuisde het bedrijf naar Goutum bij Leeuwarden als Nij Bosma Zathe; vanaf 2001 viel het onder Wageningen. In 2011 werd Leeuwarden gekozen voor een nationaal kenniscentrum voor melkveeonderzoek, innovatie en onderwijs. Na nieuwbouw en bundeling van onderzoeksfaciliteiten opende Dairy Campus op 26 mei 2016.

Ga naar de website van Dairy Campus

−Dairy Campus−

Wetenschap met de voeten in de klei.

Onze visie op het voedselsysteem

Dairy Campus werkt aan een duurzamere melkveehouderij, met behoud van een veilige, betrouwbare en betaalbare voedselvoorziening. Duurzaam betekent dat productie en melkkwaliteit samengaan met diergezondheid, dierenwelzijn, minder druk op klimaat, natuur, bodem en water, zorgvuldig grondstoffengebruik en een gezond boereninkomen. Omdat deze doelen elkaar beïnvloeden, bestaat geen totaaloplossing. In het toekomstbeeld voor 2050 worden deze doelen gezamenlijk afgewogen. Koeien benutten vooral gras en reststromen die mensen niet kunnen eten en kringlopen worden beter gesloten. Dairy Campus test daarom ideeën tussen de koeien, in de stal en op het land en maakt kansen en grenzen zichtbaar.

Onder welke voorwaarden?

Een innovatie is pas duurzaam wanneer die aantoonbaar werkt, uitvoerbaar en betaalbaar is en geen problemen naar andere terreinen verplaatst. Ook het welzijn van de koe is daarbij een zelfstandige voorwaarde: gezondheid, natuurlijk gedrag, comfort en rust mogen niet worden opgeofferd aan hogere productie of lagere uitstoot. Dairy Campus beoordeelt daarom gevolgen voor koe, melkproductie, boereninkomen, bodem, biodiversiteit, water en grondstoffen in samenhang. Transparant en onafhankelijk praktijkonderzoek toont niet alleen gunstige resultaten, maar ook onzekerheden, tegenvallers en effecten die later zichtbaar worden. Bovendien kan dezelfde maatregel per melkveebedrijf anders uitpakken.

Op welke manier?

Dairy Campus vertaalt praktijkvragen naar onderzoek, voert proeven uit en beoordeelt welke toepassingen kansrijk zijn. Daarvoor gebruikt de locatie koeien, stallen, grond, meetvoorzieningen, data en expertise. Data en technologie helpen nauwkeurig te meten; het vakmanschap, ondernemerschap en oog van de boer blijven onmisbaar. Meten, testen, vergelijken, afwegen, leren en verbeteren leveren kennis op voor de melkveehouderij van morgen. De uitgangspunten achter deze werkwijze staan centraal in het beleid.

Een goed idee moet werken voor de koe, de boer en de omgeving.

Twee personen buigen zich over de ontlasting van een koe

Wat wil Dairy Campus?

Zeven verbonden thema’s

Biodiversiteit onderzoekt hoe kruidenrijk grasland, bomen en voederhagen planten en dieren kunnen ondersteunen zonder de voedselproductie uit het oog te verliezen. Slimme landbouw vertaalt meetgegevens naar bruikbare kennis. Groene energie betreft besparing en duurzamere opwekking. Voerefficiëntie onderzoekt betere voerbenutting en minder stikstof- en fosfaatverliezen. Veerkracht omvat gezondheid, welzijn, levensduur en aanpassingsvermogen van koe en bedrijf. Emissieonderzoek betreft methaan, lachgas en ammoniak. Bodemonderzoek omvat bodemleven, water, voedingsstoffen, droogte, wateroverlast en verdichting.

Alles hangt samen

Dairy Campus combineert per vraagstuk efficiëntie door gerichter voeren, vervanging van voer of staltechniek en herontwerp, zoals de EVA-stal wanneer losse maatregelen tekortschieten. Eerder lag de nadruk vaak op één technische innovatie; nu wegen gezamenlijke gevolgen voor natuur, klimaat, dierenwelzijn, dagelijks werk en bedrijfseconomie vanaf het begin mee, evenals maatschappelijke verwachtingen.

Ook tegenslag levert kennis op

Ook tegenvallende uitkomsten leveren kennis op. De praktijkvoorbeelden hierna laten zien hoe dit gebeurt.

Soms blijkt een veelbelovend idee nog niet klaar voor de praktijk. Ook dat is belangrijke kennis.

Wat doet Dairy Campus

Van proef naar dagelijkse praktijk

Met WUR en andere kennisinstellingen voert Dairy Campus proeven uit voor bedrijven en overheden. Onderzoekers meten voeropname, melkproductie, gedrag en uitstoot. De volgende stap is aantonen wat ook langdurig en op verschillende melkveebedrijven werkt, tegen welke kosten en met welke neveneffecten. Daarbij telt hoe maatregelen samen uitpakken. Brede toepassing vraagt ook om bruikbare hulpmiddelen, passende regelgeving, financiering, marktwaardering en bereidheid van ondernemers. Vier voorbeelden laten zien wat kansrijk is en waar verder onderzoek nodig blijft.

1. Een toilet voor koeien?

Het CowToilet van Hanskamp vangt urine op voordat deze op de stalvloer terechtkomt. De koe bezoekt daarvoor vrijwillig een krachtvoerstation, waar haar natuurlijke plasreflex voorzichtig wordt gestimuleerd. De urine wordt direct onder de staart opgevangen en apart opgeslagen. Zo blijven mest en urine zoveel mogelijk van elkaar gescheiden en kan er minder ammoniak ontstaan.

Op Dairy Campus is het CowToilet een jaar lang onderzocht bij zestien melkkoeien. Gemiddeld ving het systeem ruim 10 liter urine per koe per dag op: ongeveer 35 procent van het totaal. De ammoniakuitstoot daalde, zonder dat negatieve effecten op gedrag of welzijn werden gevonden. Het systeem is inmiddels erkend met een emissiefactor van 6 kg ammoniak per dierplaats per jaar. Kosten en regelgeving rond het gebruik van de opgevangen urine blijven aandachtspunten.

2. Wat er niet in gaat, komt er ook niet uit

Eiwit is belangrijk voor de gezondheid van een koe en voor de productie van melk. Maar eiwit bevat ook stikstof. Wat de koe niet gebruikt, verlaat haar lichaam via mest en urine en kan uiteindelijk als ammoniak in de lucht terechtkomen. Daarom geldt: wat er niet in gaat, komt er ook niet uit.

In het project Koe en Eiwit gingen 155 melkveehouders hiermee in de praktijk aan de slag. Zij voerden gemiddeld 10 gram minder ruw eiwit per kilo droge stof, goed voor bijna 10 procent minder berekende ammoniakuitstoot. Melkproductie en diergezondheid bleven op peil. Op Dairy Campus onderzochten wetenschappers langdurig hoe ver je verantwoord kunt gaan. Een gematigde verlaging bleek mogelijk zonder duidelijk verlies van voeropname of melkproductie. Bij een zeer laag eiwitniveau aten de koeien echter minder en gaven ze ook minder melk. Minder eiwit voeren werkt dus, zolang de juiste balans wordt bewaakt.

3. Kruiden voor BioDiverse Melk

Wat gebeurt er als koeien naast gras ook kruiden zoals cichorei en smalle weegbree eten? In het project BioDiverse Melk onderzochten Hogeschool Van Hall Larenstein, WUR en andere partners op Dairy Campus wat dit betekent voor koe, uitstoot en melk. De koeien bleken de verse kruiden graag te eten. In de gecontroleerde proeven bleef de melkproductie ongeveer gelijk, terwijl de methaanuitstoot afnam en de melksamenstelling veranderde. Kruiden verrijken bovendien het grasland en kunnen met hun bloemen insecten aantrekken.

Agroforestry breidt dit groene menu verder uit met bomen en struiken. Op Dairy Campus is daarvoor een 210 meter lange voederhaag met zeven boomsoorten aangeplant. Onderzoekers bekijken welke bladeren de koeien het lekkerst vinden en wat de haag betekent voor de biodiversiteit en het werk van de boer. Op warme dagen kunnen de bomen ook schaduw bieden en zo hittestress bij koeien helpen verminderen.

4. EVA: Stap binnen in de stal van de toekomst

Dairy Campus werkt aan de EVA-stal, de EmissieVrije en Autonome stal. De interactieve tekening toont de ambitie: een nieuw systeem waarin dierenwelzijn, emissiereductie, automatisering en onderzoek samenkomen. 

Mest en urine moeten zo snel mogelijk worden gescheiden; slimme ventilatie moet emissies bij de bron beperken. Robots ondersteunen voeren, melken en schoonmaken, terwijl sensoren gezondheid en gedrag volgen. Koeien moeten vrij kunnen lopen, eten, drinken, rusten, herkauwen en contact zoeken, met zachte, droge ligplekken en een prettig stalklimaat. Een centrale skybox biedt onderzoekers en bezoekers zicht op de stal.

Dit onderzoeksontwerp is nog geen bewezen oplossing. Pas na de bouw en metingen blijkt welke doelen worden gehaald, wat betaalbaar is en waar aanpassingen nodig zijn. Kosten, toepasbaarheid, regelgeving en neveneffecten blijven ook bij andere innovaties aandachtspunten.

 

Kees de Koning

−Dairy Campus−

Wij produceren geen melk, wij produceren data.

Waar staat Dairy Campus?

Tussen onderzoek en boerenpraktijk

Dairy Campus verbindt melkveehouderij, wetenschap en technologie. Met 500 koeien, zes onderzoeksstallen, 300 hectare grond en meetapparatuur kunnen ideeën onder praktijkomstandigheden worden onderzocht. Melkveehouders, onderzoekers, bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden brengen vragen en kennis bij elkaar. Vanuit Leeuwarden worden inzichten regionaal, nationaal en internationaal gedeeld.

Belangen en afhankelijkheden

Dairy Campus heeft belang bij onafhankelijk onderzoek, goede faciliteiten en publieke en private opdrachten. Financiering, regelgeving, onderzoekscapaciteit en de planning van koeien, stallen en grond begrenzen het onderzoek. Snel resultaat kan botsen met zorgvuldige toetsing; open kennisdeling met vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Langjarig onderzoek naar samenhang is bovendien moeilijker te financieren dan een afgebakende technische proef. Heldere afspraken en onafhankelijke interpretatie van resultaten moeten vertrouwen behouden.

Samenhangende voedselvraagstukken

De vijf opgaven hangen samen: voldoende veilige, voedzame melk met minder grondstoffen; minder methaan en ammoniak zonder problemen te verplaatsen; dierenwelzijn combineren met betaalbaarheid; bodem, water en biodiversiteit beschermen naast voedselproductie; en technologie laten aansluiten op vakmanschap. Veranderingen in voer beïnvloeden melkkwaliteit, uitstoot en stikstof- en fosfaatbenutting. Gezonde koeien en haalbare bedrijfsvoering blijven voorwaarden. Koeien hebben ruimte nodig voor natuurlijk gedrag, comfort en rust; technieken moeten praktisch blijven. Kruidenrijk grasland, bomen en voederhagen kunnen ook opbrengst, arbeid en inkomen beïnvloeden. Sensoren, robots en data ondersteunen nauwkeurig meten, maar brengen kosten, afhankelijkheden en vragen over de zeggenschap van de boer mee.

Wat moest beter?

Kennis was niet altijd toegankelijk genoeg voor boeren en burgers. De eigen doelgroepanalyse noemt Dairy Campus wetenschappelijk, afstandelijk, hoogdrempelig en moeilijk benaderbaar. De werking van één techniek stond vaak voorop; kosten, arbeid, welzijn, toepasbaarheid en samenhang kwamen soms later. Inmiddels worden praktijkpartijen eerder betrokken, innovaties breder beoordeeld en resultaten vertaald naar demonstraties, excursies, bijeenkomsten en hulpmiddelen. Ook tegenvallers worden gedeeld: twee mestscheidingsvloeren werkten nog onvoldoende en het laag-eiwitonderzoek toonde grenzen. Dat helpt voortijdige toepassing te voorkomen.

Verantwoordelijkheid voor betrouwbaar onderzoek

Onderzoek moet zorgvuldig, onafhankelijk, controleerbaar en begrijpelijk zijn. Dat vraagt openheid over opdrachtgevers, financiering, onderzoeksvragen, methoden, onzekerheden, tegenvallers en wat resultaten wel en niet bewijzen. Diergezondheid, dierenwelzijn en veiligheid moeten tijdens onderzoek worden geborgd. Proefuitkomsten zijn niet automatisch toepasbaar op ieder melkveebedrijf.

Van techniek naar haalbare toepassing

Het CowToilet laat zien dat technisch succes niet vanzelf financieel voordeel oplevert: kosten liggen nog boven de directe financiële baten en regelgeving beperkt de waarde van apart opgevangen urine. Dairy Campus ondersteunt keuzes met betrouwbare, bruikbare kennis, maar bepaalt geen regels, prijzen, subsidies of investeringsruimte. De organisatie vertegenwoordigt geen boeren en kan toepassing en maatschappelijke acceptatie niet afdwingen.

Een maatregel die de uitstoot verlaagt, maar ten koste gaat van de gezondheid van de koe of het inkomen van de boer, is geen duurzame oplossing.