Dicht bij ondernemers
Flynth is een advies- en accountancyorganisatie voor familiebedrijven, mkb en ondernemers in food en agri. Haar adviseurs komen aan de keukentafel, in de stal, kas, fabriek en bestuurskamer. Zij kennen de cijfers én de mensen erachter: van boeren met opvolgingsvragen tot ondernemers die willen verduurzamen, maar niet weten of de bank meegaat.
Van boekhoudkantoor naar adviesgroep
Vanaf het begin van de twintigste eeuw richtten boerenorganisaties landbouwboekhoudkantoren op om agrariërs te ondersteunen bij hun administratie, belastingzaken en bedrijfsvoering. Zo ontstonden voorlopers van organisaties als LTB, GIBO en Accon avm. LTB ging in 2008 verder onder de naam Flynth. Na de fusie met GIBO in 2011 opereerde de gezamenlijke organisatie vanaf 1 januari 2012 als Flynth. Met latere overnames, waaronder Accon avm in 2022, groeide Flynth verder uit tot een landelijke speler die nog altijd geworteld is in de landbouw- en voedingssector.
Eigendom zonder externe aandeelhouders
Stichting Beheer Flynth bezit alle gewone aandelen; Stichting Waarborg Accountantsbelangen bewaakt de onafhankelijke beroepsuitoefening. Flynth is niet eigendom van afzonderlijke partners en kent geen externe aandeelhouders of private-equitypartij. Ook de leden van de raad van bestuur zijn in loondienst. Volgens de organisatie wordt winst geïnvesteerd in medewerkers, dienstverlening en regio’s.
Landelijke schaal en expertise
De dienstverlening van Flynth omvat accountancy, advies, controle- en assurancewerkzaamheden en HR-diensten. Rombou (duurzame bouw) en Bosch & van Rijn (duurzame energie) behoren ook tot de groep. Eind 2025 telde Flynth 1.969 medewerkers en 44 locaties. De netto-omzet over 2025 bedroeg €239,3 miljoen.
Groei met grenzen
Nabijheid, schaal en specialistische kennis maken advisering mogelijk, maar bewijzen niet dat adviezen het voedselsysteem verbeteren. Flynths oorsprong ligt bij cijfers, fiscaliteit en bedrijfscontinuïteit. Ecologische en maatschappelijke gevolgen krijgen meer aandacht, maar nog niet overal consequent. De indirecte bijdrage moet zichtbaar worden in klantkeuzes en de eigen bedrijfsvoering.
Daardoor kunnen we denken in generaties in plaats van in kwartalen, net als onze klanten.